Recreatief groen: laat de boeren het doen? 

Moet de overheid de regie nemen en zorgen voor voldoende recreatiemogelijkheden voor bewoners van stad en platteland? Of kan dit prima aan agrariërs worden overgelaten?

Sinds 2007 wonen er meer mensen in de stad dan op het platteland. Mede hierdoor is er steeds meer vraag naar recreatie in het landelijk gebied. Het landelijk gebied verandert daarmee langzaam van een productie- in een consumptieruimte. Met name in de Randstad is er grote behoefte aan recreatieruimte. Moeten we, om aan die behoefte te voldoen, landbouwgrond omvormen tot recreatiegebieden? Boeren vinden die functiewijziging niet nodig is, ze zijn namelijk heel goed in staat om zelf voldoende recreatiemogelijkheden te bieden.  

Kenniscentrum Recreatie, Landwerk en de Taskforce Multifunctionele Landbouw organiseerden 26 mei een discussiemiddag over de toekomst van het platteland. 

 

Meer recreatiegebieden nodig

Het omzetten van landbouwgrond naar recreatiegebied blijft nodig, dat stelde Deidre Jacobs, directeur van Kenniscentrum Recreatie. Met haar presenatie toonde ze aan dat de recreatietekorten in de Randstad nog altijd bijzonder groot zijn. Het verbeteren van de toegankelijkheid van het agrarisch gebied kan een waardevolle aanvulling zijn op het bestaande aanbod.  Omdat de opvangcapaciteit van landbouwgebied per definitie veel lager ligt dan van recreatiegebieden blijft het echter nog steeds nodig om nieuwe recreatiegebieden te creëren. Het is onvermijdelijk dat hiervoor landbouwgronden worden omgezet. 

Theo Stam, die sprak namens LTO, was het daar uiteraard niet mee eens.  Lees hier het complete verslag